Books Should Be Free is now
Loyal Books
Free Public Domain Audiobooks & eBook Downloads
Search by: Title, Author or Keyword

Eene Gekkenwereld!   By: (1812-1883)

Book cover

First Page:

EENE GEKKENWERELD

HENDRIK CONSCIENCE

WAT GELUK DAT HET NIET WAAR WAS!

EERSTE SCHETS

I.

Ik was verdoold geraakt op de naakte, grenzenlooze heide, waar boom, heuvel noch dorpstoren mij de goede richting kon aanwijzen.

Mij bedroefde dit echter niet: het is zoo vermakelijk, verloopen te loopen, wanneer men eindelijk toch zijnen weg naar huis zal terugvinden.

Maar geheel anders werd ik te moede, toen de nacht mij in de woestijn overviel, en het rondom mij allengs zoo ondoorgrondelijk zwart werd, dat ik soms tastende de hand uitstak, in het denkbeeld, de duisternis te kunnen voelen.

Met onverpoosd over de effene vlakte vooruit te gaan, zou ik ongetwijfeld eerlang eene menschenwoning aantreffen. Naar welken kant mij gericht?

Ha, daar zag ik eensklaps in de verte een lichtje flikkeren!

Tusschen mij en de plaats waar dit lampken brandde, moesten boomen of andere hinderpalen staan; want het waggelende licht scheen, volgens mijne bewegingen, uit te dooven, weder op te vlammen, te dansen of van den eenen kant naar den anderen te springen.

Daar moest ik naar toe, daar zou ik menschen vinden, eene herberg voor den nacht of een dienstwilligen leidsman.

Allerlei onbekende, angstwekkende geruchten bruisten uit den schoot der heide op: gesis, gesjirp, geschuivel, gekras, onduidelijk, somber en doodsch, alsof de aarde wreede pijnen doorstond en aan de loodzware zomernachtlucht haar lijden klaagde.

De vervaardheid gaf mij vleugelen; ik draafde met koortsigen stap over de heide, immer den blik op het pinkend vlammetje gericht.

Nu en dan verwarden mijne voeten in het houtige heidekruid; ik viel, stond zuchtend op, wreef mij het scherpe kiezelzand van neus en voorhoofd, en hervatte mijne blinde vlucht door de duisternis.

Het is wonderlijk, hoe in den donkeren nacht een verre licht den mensch over den afstand kan bedriegen! Ik was reeds moede geloopen, en nog scheen het mij, dat ik het flikkerende lampken geen boogschot was genaderd.

Wat ik voor een aardsch licht aanzag, was misschien eene star? Zoo zou dan mijn gansch leven, al werd ik honderd jaar oud, te kort geweest zijn om het te bereiken? Mijne vrees was echter ongegrond; er blonk geene enkele star aan den inktzwarten hemel.

Hoe lang ik, met het parelende zweet der vermoeidheid op het aangezicht, had gedraafd, dit weet ik niet: vele uren zeker; want toen ik, geheel ten einde van krachten, een oogenblik stilhield om wat adem te scheppen, dacht mij dat aan den verren Oosten een flauwe, witte schijn als een grijsachtige vlek begon op te dagen. Over de heide heerschte nog het dikste helleduister; maar de eerste schemer, voorlooper van het komende licht, was daar!

Die blijde boodschap schonk mij hoop en moed; ik hernam mijnen gang, ditmaal echter met stramme, slepende voeten....

O, hemel, wat is dit! Rol ik niet van eene hoogte in den eeuwigen afgrond? Gruwelijk! een straal ijs schiet mij door het ruggemerg; geen einde aan dit duizelig nederdalen. Ik ben dood!

Neen, nog niet, God zij dank! Daar kom ik terecht op eenen grazigen bodem, als op een mollig bed. Ik betast mijne leden; niets gebroken, niets bezeerd!

Opstaan zal ik, en met meer voorzichtigheid mijne droeve reis voortzetten; maar mijne pogingen zijn vruchteloos: ik kan mijne beenen bijna niet meer verroeren, en val krachteloos terug op het gras.

Daar lag ik nu, uitgeput en als een blaasbalg hijgende. Wat kon ik doen? Wachten en onderwijl over mijnen pijnlijken, onuitlegbaren toestand nadenken, totdat de rust nieuw zenuwsap door mijne beenen deed stroomen.

Maar nadenken, mijmeren werkt als een geestverdoovende slaapdrank op den vermoeiden mensch.... Ik schoof mijnen linkerarm mij onder het hoofd, en zonk weg in eenen sluimer, zoo diep en zoo zwoegend, dat mijn ratelend snorken ongetwijfeld alle kruipend of vliegend ongedierte van mij moest verwijderd houden.....

Het was reeds klaar dag toen ik ontwaakte.

Mij oprichtende, staarde ik roerloos en stom van verbaasdheid, naar alle zijden uit. In welk land, in welke wereld bevond ik mij?

Recht voor mij, op een honderdtal stappen, verhief zich een ontzaglijke muur van groote baksteenen, gescheurd, ingevreten en hier en daar vooroverhellende, als gereed om in de diepte neer te storten... Continue reading book >>




eBook Downloads
ePUB eBook
• iBooks for iPhone and iPad
• Nook
• Sony Reader
Kindle eBook
• Mobi file format for Kindle
Read eBook
• Load eBook in browser
Text File eBook
• Computers
• Windows
• Mac

Review this book



Popular Genres
More Genres
Languages
Paid Books